Kort verhaal: Kerstbomenstamppot van Jolijn Grootendorst

Hey lieve lezer van Mels Day, hopelijk heb je al genoten van een mooie eerste kerstdag en vier je vandaag een fijne tweede kerstdag. Aangezien wij altijd kerstavond en eerste kerstdag vieren, is tweede kerstdag bij ons een restjes- en relaxdag! Gelukkig gaat het weer iets beter met mijn heup en kan ik weer een beetje typen! Tijd dus om dit mooie kerstverhaal van Jolijn Grootensdorst nog net op tijd voor kerst met je te delen.

Jolijn Grootendorst kennen de meeste van jullie waarschijnlijk als het boekenbijtje op Instagram, waar ze de leukste boektips met je deelt. Maar naast bookstagrammer is Jolijn ook auteur en schrijft ze haar eigen verhalen. Inmiddels zijn deze verhalen in een aantal bundles gepubliceerd. Ik wens je heel veel leesplezier!

Kerstbomenstamppot

Het is kerstavond. Op het zachte geluid van mijn voetstappen na, is het stil in de straat. De wind trekt aan en ik duik dieper in mijn kraag. Terwijl ik een wit huis passeer, kijk ik naar binnen. Een groot gezin zit aan tafel en ik zie alleen maar lachende gezichten. Een kerstboom met rood en zilver gekleurde ballen prijkt in de woonkamer. Een grote stapel cadeautjes ligt aan de voet. Ik hoor boven de kerstliedjes de enthousiaste kinderstemmen. Elke huis waar ik langs loop, is gevuld met blije snoetjes. Stelletjes die elkaar verliefd aankijken, kinderen die enthousiast het papier van hun cadeautje afscheuren en oma’s schuiven hun kleinkinderen stiekem iets lekker toe.

Een paar maanden had ik ook gedacht dat dit zo’n gelukkige kerst voor mij zou worden. Dat hij en ik alleen maar ogen zouden hebben voor elkaar, maar helaas is de werkelijkheid anders. Thuis is hij niet, er wacht niemand op mij die lekker voor mij gekookt heeft. Thuis bestaat niet meer voor mij, het is er nog killer dan dat het buiten is.

Mijn gedachte gaan naar gisteravond en naar die ene zin die ervoor zorgde dat alles anders werd. ‘Sorry Isa. Het ligt niet aan jou, maar ik heb een ander’ Zijn stem echoot door mijn hoofd. Een traan biggelt naar beneden. Waarom zitten nu net mijn ouders aan de andere kant van de wereld om mijn tante op te zoeken. Mijn ‘vriendinnen’ hebben allemaal andere afspraken. Wat kan ik nu anders doen, dan rond lopen. Niet naar huis, want het is daar leeg en kil en ik wil niet meer terug. Het doet teveel pijn.

Ik plof neer op een bankje, voordat ik straks niets meer kan zien door de tranen die nu in grote getale over mijn wangen stromen. Mijn wangen voelen ijskoud. Met mijn wanten haal ik de waterlanders weg en wrijf mijn wangen iets warmer.

Vanuit het bosje achter het bankje klinkt geritsel. Een rilling loopt over mijn rug. Er zit toch niemand in de struiken? Het geluid klinkt steeds harder en ik sta op om weg te sprinten. Wanneer ik een zwarte neus tussen de houten planken te voorschijn zie komen, is mijn hartslag torenhoog, maar het zachte gejank kalmeert me meteen.

‘Ah lieverd, wat doe je hier alleen. ’ Bruine ogen kijken me verwachtingsvol aan. De eigenaar van deze kijkers is een lieve zwarte hond met krullend haar. Ik zie niemand lopen, laat staan iemand die zijn hond kwijt is. Ik zak door mijn knieën en het dier komt dichter bij. ‘Je hebt gelukkig een tag aan je halsband.’ Ik laat de hond even aan mijn hand snuffelen, voordat ik de tag pak om de tekst te lezen. ‘Luna, Kerkstraat 12. Nou Luna, dat is niet zo ver van hier. Zal ik je maar even thuisbrengen?’ Luna begint te kwispelen. Ze lijkt precies te begrijpen wat ik zeg.

Terwijl ik wegloop, kijk ik achterom en zie ik dat ze me achtervolgt. Samen lopen we door de kou naar het juiste adres. Vlakbij het huis sprint ze naar voren. Het is duidelijk dat ze het hier herkent. Het huis is donker en ik ben bang dat er niemand thuis is. Toch bel ik aan. Wat moet ik doen als er niemand open doet? Ik kan Luna toch niet meenemen naar mijn huis?

Net wanneer ik denk dat het laatste toch de beste oplossing is, zie ik dat het het licht in de gang aangaat. Ik probeer door het matglazen raam te kijken, maar zie alleen een wazige schim. Een sleutel wordt in het slot gestoken en langzaam omgedraaid. De deur gaat op een kiertje open en een gezicht vol rimpels verschijnt. De blauwe ogen van de vrouw staan treurig en kijken me in eerste instantie aan. Voordat ik iets kan zeggen, laat Luna van zich horen. Er ontstaan lachrimpels rondom de ogen en de vrouw haalt snel de deur van de ketting af.‘Luna, lieve schat, waar was je toch?’

Ik kijk toe hoe de hond en het baasje elkaar enthousiast begroeten. Even geniet ik ervan, maar dan voel ik me opeens teveel. Ik wil me omdraaien, maar dan voel ik de aandacht van het oude vrouwtje op mij gericht.

‘Ik kan je niet genoeg bedanken voor het terugbrengen van mijn lieve Luna.’ Ze pakt mijn handen beet. ‘Luna is alles wat ik nog heb. Mijn enige kind woont in Canada met zijn gezin en mijn man is deze zomer overleden. Ik heb een klein maaltje voor mezelf gemaakt, misschien wil je mee-eten? Ach nee dat is stom, jij zult vast ook wel een afspraak hebben op deze kerstavond.’

Deze vrouw is duidelijk eenzaam en alhoewel Luna weer bij haar is, kan ik deze dame niet alleen achterlaten. ‘Ik heb geen afspraken en eet graag een hapje met u mee. Misschien kunt u dan nog wat meer over u man en zoon vertellen.’

‘Kom binnen, maar zeg alsjeblieft je tegen me. Mijn naam is Pieternel, maar iedereen noemt met Nellie.’ Ik stel mezelf voor en loop achter Nellie aan. Luna loopt blij rondjes om ons heen. Ook zij is toe aan wat gezelschap.

‘Ik pak even een bord en bestek erbij, maar ga alvast zitten.’ Ik kijk de kleine maar gezellige woonkamer rond. Er staat een blauwe stoffen bank en een eiken kast vol met fotolijstjes. Ik zie een jonge Nellie met een knappe man en een schattig jongetje op verschillende foto’s prijken. Ook Luna is op enkele plaatjes te zien. Ik blijf staan bij een foto van Nellie en een gezin, met twee zonen van rond de twintig. De ogen van de ene zoon doen me meteen denken aan die van Nellie. Aangetrokken door zijn blik pak ik het fotolijstje op. Die jongen ziet er zeker niet verkeerd uit.

‘Dat is mijn zoon Boris en zijn vrouw Judy en hun zonen Peter en Glenn. Drie jaar geleden waren ze voor het laatst in Nederland.’ vertelt de ouder vrouw, terwijl ze de kamer binnenkomt.

Verschrikt zet ik het lijstje weer terug. ‘Sorry ik wilde niet door uw spullen snuffelen.’

Nellie haalt haar schouders op. ‘Foto’s zijn om naar gekeken te worden. Maar kom lekker zitten. Het is boerenkool, heel simpel, maar het heeft voor mij een bijzondere betekenis.’

Ik loop naar de ronde eettafel en neem plaats. Ik snuif de geur van de stamppot op. Dit was altijd al mijn lievelingsmaal. De pan op de tafel is groot genoeg om voor acht mensen een maaltijd te bevatten. Wanneer Nellie de deksel van de pan haalt zie ik ook dat deze tot de rand gevuld is.

‘Mijn man hield zo van boerenkool,’ vertelt de oude vrouw, terwijl ze opschept. ‘Op kerstavond maakte hij het eten klaar en elk jaar stond steevast deze stamppot op tafel. Eerst kwamen alleen de buren langs, maar langzamerhand werd het een traditie en kwam de hele straat bij ons om op kerstavond kerstbomenstamppot te eten, zoals onze zoon dat noemde. Helaas is die tijd voorbij. Ter herinnering aan mijn man heb ik dit jaar dit gerecht klaargemaakt, zoals hij dat altijd deed’

Ik zie het verdriet in de ogen van de vrouw, het verlies van haar man, maar ook het gemis van de gezelligheid. Met mijn hand pak ik de hare vast. Een waterige glimlach komt door op haar gezicht.

‘Mijn man, hield van gezelligheid, en dieren. Hij had je zeker ook uitgenodigd om mee te eten. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd, riep hij altijd. Alleen de zielen werden steeds minder, want wie wil er nou nog met die oude mensjes omgaan. Maar genoeg over mij. Waarom ben jij deze avond alleen.’

Terwijl ik geniet van het heerlijke gerecht, stort ik mijn hart bij Nellie uit. Over mijn ex, mijn ouders en de zogenaamde vriendinnen. Luna legt ondertussen haar snuit op mijn schoot. Ik aai haar, terwijl de zoute druppels over mijn wangen de weg naar beneden vinden. Nellie kijkt me begripvol aan. Ook zij weet hoe verschrikkelijk het is om eenzaam te zijn.

Ik veeg mijn tranen af en de bel gaat. Nellie probeert op te staan, maar ik gebaar naar haar dat ik wel zal kijken. Ik wandel naar de deur. Wanneer ik de deur open doe, kijk ik recht in de blauwe ogen die ik een aantal minuten geleden nog aan het bewonderen was op de foto. Mijn wangen worden rood.

‘Jij bent mijn oma niet.’ De klank van zijn stem doet mijn hartslag versnellen.

‘Gelukkig niet,’ flap ik eruit. ‘Ik wil eerst beginnen met moeder worden.’ O prut, wat zeg ik nu. Dit klink wel heel wanhopig. De blauwe ogen van de kleinzoon van Nellie voor me nemen me van top tot teen op. Hij zal wel denken dat ik gek ben.

‘Peter sta niet zo inde weg. Ik wil oma ook een knuffel geven.’ De andere kleinzoon verschijnt vanachter de rug van zijn broer. ‘oh dat is oma niet.”

‘Sorry, ik dacht mijn moeder te verrassen,’ zegt een oudere man. ‘Dit is toch het goede huis?’

Mijn blik laat de blauwe ogen los en vestigt zich op de overduidelijke zoon van Nellie. ‘U bent zeker bij het huis van Nellie,’ roep ik uit. ‘Kom verder, ik denk dat ze heel blij zal zijn om jullie te zien.’ Ik ga ze voor de woonkamer in en neem plaats in de hoek van de kamer. Dit moment is niet voor mij, maar genieten doe ik wel van afstand. Nellie leeft helemaal op, wanneer ze Boris en zijn gezin ontdekt. Ze wordt door iedereen omhelst en de tranen stromen over haar wangen. Langzaam voel ik me teveel worden en schuifel richting de deur.

Een hand pakt mijn arm. ‘Je hoeft niet weg te gaan hoor.’ Peter kijkt me aan. Het liefst wil ik blijven, maar ik voel me teveel. Voordat ik iets kan zeggen is Nellie me al voor.

‘Nee Isa, niet weggaan. Op deze avond hoeft niemand alleen te zijn. Ik denk dat er geen bezwaar is dat je blijft.’ Ik word voorgesteld en begroet alsof ik bij deze familie hoor. Er worden extra borden, bestek en stoelen bij gepakt. Peter komt naast me zitten en ik vertel hem hoe ik bij Nellie terecht ben gekomen. Wanneer Luna haar naam hoort, positioneert ze zich tussen ons in. Ik aai haar, maar tegelijk doet Peter dat ook. Een elektrisch schrok gaat door me heen wanneer onze handen elkaar raken. Ik lach verlegen naar hem en zie zijn wangen rood worden. Ik word week van binnen. Mannen die blozen zijn zo mijn zwakke punt. Peter onderbreekt de stilte tussen ons.

‘Maar wat deed je dan helemaal alleen op straat op kerstavond?’ De vraag brengt me weer terug naar een paar uur geleden. Het verdriet wat ik had om mijn ex.

‘Mijn vriend vond het een goed idee om vlak voor kerst mij aan de kant te schuiven.’ Ik voel de brok in mijn keel, wanneer ik weer aan gisteravond terugdenk.

‘Wat een schoft. Ik zou nooit een vrouw als jou zo behandelen.’ Peters stem trekt me weer terug naar het hier en nu. Meent hij dit nou? Hij kent me niet eens.

Peter pakt mijn hand vast. ‘Ik zeg dit echt niet tegen iedereen. Maar dat je vanavond bij mijn oma bent, wil zeggen dat je een goed hart heb. Ik zie dat je geniet van de liefde in onze familie. Ik vind je heel fijn gezelschap.’

Mijn hartslag dendert omhoog. Ik wil deze avond niet laten stoppen. Deze man die naast me is zo mijn type.

Het eten is heerlijk en voel me meer thuis dan ergens anders. Na het eten gaan we in de woonkamer nog even drinken. Dit keer zit Glenn naast me. Hij vertelt over hun leven in Canada. Opeens buigt hij naar me toe. ‘Niet meteen omkijken, maar je hebt duidelijk indruk op mijn broer gemaakt. Hij kan zijn ogen niet van je afhouden.’ Hij grinnikt en wijst naar mijn wangen. ‘En aan je rode wangen te zien is dat wederzijds.

Voordat ik een weerwoord kan geven staat Boris op. ‘Laten we proosten op deze geweldige avond. Ik ben blij met mijn geweldige vrouw, mijn zonen die zijn opgegroeid tot vriendelijke mannen en op mama, die we de laatste tijd te weinig gezien hebben.’

Een traan glijdt over Nellies wang en ook ik heb moeite om ze terug te dringen. Wat is deze liefde binnen de familie zo mooi om te zien.

‘Ik ben nog niet klaar met de toost. Ik wil Isa bedanken dat ze belangeloos vandaag bij mijn moeder is en geniet van haar kerstbomenstamppot. Al allerlaatste wil ik proosten op onze komst naar Nederland, waar we een huis hebben gekocht twee straten hier vandaan.’

De verbazing is van Nellies gezicht af te lezen, maar al snel staat ze op om haar zoon een knuffel te geven. ‘Je komt terug! Dat is het mooiste geschenk wat ik ooit heb gehad.’

De duidelijk geëmotioneerde Nellie, neemt weer plaats op haar sofa en de gesprekken komen weer op gang. Judy vertelt graag over de kattenkwaad die haar jongens, vooral Peter vroeger uithaalde. De verhalen worden zo levendig verteld, dat ik de kleine Peter en zijn streken als een film voor me zie. Hoe leuk zou het zijn om later een mini-Peter te hebben? Plots zit ik kaarsrecht. Hoe kan ik dit denken? Ik ken hem nog maar een paar uur.

Peter ziet mijn reactie en kijkt me met omhooggetrokken wenkbrauwen aan. ‘Is er iets?’

Wat moet ik hier nu op antwoorden. Kan toch moeilijk zeggen dat ik aan een kind van hem en mij dacht? ‘Eh.’

Voordat ik een antwoord klaar heb, stelt hij al de volgende vraag. ‘Hoe was jij als kind? Vast het liefste en schattigste meisje?’

Alle ogen richten zich nu op mij, maar van een paar ben ik met het meest bewust ‘Dat ligt eraan, aan wie je het vraagt. Ik vond natuurlijk van wel, maar mijn oppas.’ Ik vertel over al die keren dat ik de oppas voor de gek hield. Regelmatig klinkt er gelach. De blikken die Peter en ik elkaar toewerpen nemen toe naarmate de tijd verstrijkt.

Wanneer Nellies oogleden beginnen te zakken, besluit ik dat het tijd is om te gaan. Ik sta op en zeg iedereen gedag. Verbeeld ik het me of duurt de knuffel met Peter extra lang? ‘Ik laat mezelf wel uit.’ Ik loop de gang in, nagenietend van deze avond. Voordat ik de voordeur open kan maken, merk ik dat ik achtervolgd word. Ik draai me om en voel meteen de zachtste lippen de mijne raken. Blauwe ogen kijken me liefdevol en vragend aan. Met elke vezel in mijn lichaam voel ik dat dit goed zit. Ik verdiep de kus en Peter gaat er in mee.

Teleurstelling komt naar boven wanneer hij me los laat en naar iets wijst. Ik zie een maretak hangen en gniffel om de traditie die erbij hoort. Zou hij me alleen daarom gekust hebben

Peter moet mijn twijfel, want hij trekt me weer naar zich toe. ‘Ik kwam eigenlijk achter je aan om te vragen of ik je vaker mag zien. De hele avond kon ik alleen maar naar jou kijken. Toen ik je onder de maretak zag staan, kon ik niets anders dan aan mijn gevoel toegeven en je kussen.’

Mijn hart staat in vuur en vlam. Het gevoel is wederzijds. ‘Ik wil je heel graag nog een keer zien.’

We wisselen elkaar telefoonnummers uit en geven elkaar nog een kus. Ik verlaat zijn warme armen en loop de koude winterlucht in. Vlokjes vallen naar beneden, maar de kou voel ik niet. Ik voel de warmte voor deze familie en voor Peter in het bijzonder.

Liefs, Melanie & Jolijn

Onbekend's avatar

Melanie Hoogvliet

gek op boeken in alle soorten en maten maar toch een voorliefde voor nederlandstalige schrijvers .

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Ontdek meer van Melsday83

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder