Kortverhaal: Het engeltje door Sacha Voogd

Hey lieve lezer van Melsday, vandaag hebben we dus niet één, maar 2 leuke korte verhalen. Het tweede verhaal is geschreven door Sacha Voogd en heeft de mooie titel ‘Het engeltje’.

Sacha Voogd studeerde Nederlandse Taal en Cultuur en voltooide de opleiding aan de Schrijversvakschool. Ze schrijft graag korte verhalen en heeft inmiddels ook een aantal boeken op haar naam staan. In druk verschenen: Salsa in de Polder (2014), Niet met Opzet (2017) en Buitenzus (2022). Daarnaast zijn er inmiddels vier spannende e-novelles: Bitch! (2023), In de Schaduw van het Alcazar (2024), Echo’s uit de Medina (2025) en Het Zwarte Water (2025). Inmiddels werkt ze aan een volgende e-novelle én aan een volgende roman.
Sacha woont in Hilversum met haar vriend Guus en kat Moos, maar is ook regelmatig in Spanje te vinden. Voor inspiratie wandelt ze regelmatig in de Gooische bossen of over de Spaanse stranden

Het Engeltje


Ze heeft de doos uit de berging gehaald en op tafel gezet. Mara ademt diep in, trekt de wollen trui wat hoger over haar schouders en vouwt de kartonnen flappen open. Bovenop de andere spullen liggen de zilveren slingers en een snoer met kaarsjes.
Daar moet ze mee beginnen, met die kaarsjes. Ze kijkt naar het boompje in de hoek. Een klein boompje is het. De afgelopen jaren had ze geen boom neergezet en ook nu had ze lang geaarzeld. De mooiste en grootste bomen waren allang weg.
Mara controleert of alle kaarsjes het nog doen en drapeert het snoer over de takken van het boompje tot alle lichtjes naar haar zin verdeeld zijn. Dan loopt ze terug naar de doos.
In oud krantenpapier zitten de snuisterijen verpakt. Zilveren kerstballen, klokjes en een huisje. Behoedzaam pakt ze de kerstversieringen uit en legt ze op tafel. Onverwacht staat ze met het engeltje in haar handen. Een klein, glazen engeltje is het, met tere vleugels van zilverdraad. Het engeltje dat ze samen met hem heeft gekocht. Jaren geleden, op de kerstmarkt in de stad. Met verkleumde vingers had ze geld uit haar portemonnee gehaald, hij had haar hand in de zijne genomen om op te warmen.
Het engeltje glinstert in het zwakke licht van de lamp, en even is het alsof het weer de glans van toen had. Ze draait het voorzichtig tussen haar vingers, haar handen trillen. Ze loopt met het engeltje naar de boom, maar het glipt uit haar handen. Haar adem stokt terwijl het glazen engeltje met een harde tik op het parket valt. In stukken ligt het op de grond.
Mara bukt zich en knippert met haar ogen. Het is alsof iets in haarzelf is gebroken. Voorzichtig, bang om zich te snijden, pakt ze de stukjes op. Het is niet onontkoombaar, het engeltje is nog te lijmen. In de keukenla vind ze een tube lijm, ze druppelt wat van de doorzichtige vloeistof op de randen en drukt de stukjes glas tegen elkaar.
Haar gedachten gaan terug naar dat jaar waarin het engeltje voor het eerst in hun boom hing. Samen zaten ze op de bank, haar hoofd rustte tegen zijn schouder terwijl ze praatten over de plannen die ze hadden. Voor hun nieuwe huis, waar ze net een bod op hadden gedaan. De kinderen die ze zouden krijgen, hun toekomst. Onwillekeurig trekt er een glimlacht over haar gezicht.
Dan denkt ze aan de ruzies, de lange stiltes tussen hen. De keren dat ze zich afvroeg of liefde zoveel pijn moest doen. Maar vooral denkt ze aan al die kleine momenten. Zijn hand die haar wang streelde, de manier waarop hij haar naam uitsprak, de houtachtige geur van zijn overhemden.
De lijm droogt langzaam. Het engeltje is gehavend, een stukje van zijn vleugel staat wat scheef. Er rolt een traan over haar wang. Ze heeft geprobeerd alles te lijmen, maar soms is iets daarna niet meer hetzelfde.
Ze weet dat ze hier niets meer aan kan doen en berust erin. Het engeltje hoeft niet prefect te zijn. Misschien is het genoeg dat het er nog is, dat het haar herinnert aan wat is geweest.
Mara staat op en kijkt uit het raam. De straat is leeg, de lampjes van de kerstversieringen van de buren reflecteren in de plassen op straat. Ze gaat terug de kamer in en haalt een stapel kerstkaarten uit de kast. Ze kijkt ernaar, haar hoofd is vol van woorden van vorige jaren, herinneringen aan vrienden die er niet meer zijn en aan verre familie. Ze zoekt een kaart uit met een afbeelding van een engel met een trompet die door de donkere nacht zweeft. Haar hand glijdt over de kaart, ze pakt een pen en begint te schrijven. Gewoon, een paar simpele woorden:
Ik hoop dat het je goed gaat. Fijne feestdagen.
Ze zet haar naam eronder en stopt de kaart in een envelop. Zijn adres kent ze uit haar hoofd, met sierlijke letters schrijft ze het op de envelop. Ze trotseert de kou buiten en loopt naar de brievenbus op de hoek van de straat. Het is een klein gebaar. Hoe zou hij reageren? Het doet er niet doe, het gaat erom dat zij dit nu doet.
De volgende ochtend sneeuwt het zachtjes. Ze blijft staan voor de kerstboom. Het engeltje hangt een beetje scheef, glinsterend in het ochtendlicht. Het verleden is er nog, zacht en helder, maar het houdt haar niet meer gevangen.
Met een kop koffie nestelt ze zich op de bank en kijkt naar de dozen. Er is nog veel te doen, maar ze voelt zich lichter dan ze zich jaren heeft gevoeld.
En misschien, denkt ze, terwijl ze naar buiten kijkt, naar de vallende sneeuwvlokken die steeds dichter worden, misschien glimlacht hij bij haar kaart. Misschien denkt ook hij aan dat kleine, glazen engeltje, aan de jaren waarin ze samen kerst vierden en hoe ondanks alles sommige herinneringen mooi en onvermijdelijk zijn.
Ze zucht zachtjes en nipt van haar koffie. Het is kerst, en het is goed.

Onbekend's avatar

Melanie Hoogvliet

gek op boeken in alle soorten en maten maar toch een voorliefde voor nederlandstalige schrijvers .

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Ontdek meer van Melsday83

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder